Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Mijn leven lang ben ik al gefascineerd door de schoonheid, vorm en functie van de reusachtige blauwvintonijn. Blauwvintonijnen zijn net als wij warmbloedig. Het zijn de grootste tonijnen, de tweede grootste vis in de zee - beenvissen. Ze zijn endotherm. Ze bewegen door de oceaan met warme spieren, net als een zoogdier. Dit is een van onze blauwvintonijnen in het Monterey Bay Aquarium. Je kunt aan de gestroomlijnde vorm zien dat ze gemaakt zijn om in de oceaan te zwemmen. Hij vliegt door de oceaan op zijn borstvinnen, ondervindt liftkracht en wordt voortgedreven door een halvemaanvormige staart. Hij heeft een naakte huid over het grootste deel van zijn lichaam, waardoor de wrijving met het water vermindert. Dit is een van de mooiste machines van de natuur.
Blauwvintonijn werd de hele menselijke geschiedenis door door mensen vereerd. 4.000 jaar lang visten we duurzaam op dit dier, wat aangetoond wordt in de kunst van duizenden jaren geleden. Blauwvintonijn in grotschilderingen in Frankrijk. Op 3.000 jaar oude munten. Deze vis werd vereerd door de mensheid. Hij werd gedurende al die tijd duurzaam bevist, behalve in onze generatie. Blauwvintonijnen worden vervolgd waar ze ook naartoe gaan. Er is een goudkoorts op Aarde, en dit is een goudkoorts gericht op blauwvintonijn. Dit zijn netten die duurzaam visten tot voor kort. Het type visserij van vandaag met kooien, met enorme lijnen, is bezig de blauwvintonijn ecologisch van de planeet te wissen. De meeste blauwvintonijn gaat in het algemeen naar één plaats, Japan. Sommigen onder jullie zijn misschien schuldig aan een bijdrage tot de ondergang van blauwvintonijn. Hun vlees is verrukkelijk en erg vet. Ze smaken absoluut heerlijk. Dat is hun probleem, we zijn ze dood aan het eten. In de Atlantische Oceaan is het verhaal vrij eenvoudig. Blauwvintonijnen komen voor in twee populaties, een grote en een kleine. De Noord-Amerikaanse populatie wordt bevist op ongeveer 2.000 ton. De Europese en Noord-Afrikaanse populatie - de oostelijke blauwvintonijn - wordt massaal bevist: bijna elk jaar 50.000 ton in het afgelopen decennium.
Of je nu de westelijke of de oostelijke blauwvintonijnpopulatie onderzoekt, er is al een enorme daling aan beide zijden. Een daling met 90 procent als je teruggaat tot 1950. Daardoor kreeg de blauwvintonijn dezelfde status als tijgers, leeuwen, bepaalde Afrikaanse olifanten en panda's. In de afgelopen twee maanden zijn deze vissen voorgedragen voor de lijst van de bedreigde diersoorten. Het voorstel werd twee weken geleden na stemming afgewezen, ondanks de uitstekende wetenschappelijke fundering. Twee commissies stelden vast dat deze vis voldoet aan de criteria van CITES I. Maar als het lot van de tonijn je onberoerd laat, heb je misschien wel interesse voor dat internationale lange lijnen en sleepnetten tonijn vangen en daarbij ook dieren als zeeschildpadden, haaien, zeilvissen en albatrossen vangen. Deze dieren gaan ten onder door de tonijnvisserij. De uitdaging waar we voor staan is dat we heel weinig weten over de tonijn. Iedereen hier weet hoe een Afrikaanse leeuw zijn prooi slaat. Ik betwijfel of iemand ooit een gigantische blauwvin heeft zien eten. De tonijn staat symbool voor het probleem dat we allemaal hebben.
Het is de 21e eeuw, maar we zijn nog maar net begonnen met het grondig bestuderen van onze oceanen. De technologie is nu zover gekomen dat we de aarde zien vanuit de ruimte en met afstandbediening diep in zee kunnen duiken. We moeten gebruik maken van deze technologieën om een beter inzicht te krijgen in hoe het eraan toe gaat in onze oceanen. Als de meesten van ons, ook ik, vanuit een schip uitkijken op de oceaan, dan zien we een homogene zee. We zien de structuur niet. We zien geen drinkplaatsen zoals op een Afrikaanse vlakte. We zien geen routes en we kunnen niet zien wat een tonijn, een zeeschildpad en een albatros gemeen hebben. We beginnen nog maar net te begrijpen hoe de fysische oceanografie en de biologische oceanografie samenkomen om een seizoensgebonden kracht op te wekken die voor de opwelling zorgt waardoor een 'hot spot' een 'hope spot' wordt. Dat deze uitdaging zo groot is, komt door de technische moeilijkheden om de zee te verkennen. Het is moeilijk om een blauwvin te bestuderen in zijn eigen habitat, de hele Stille Zuidzee. Het valt niet mee om een makreelhaai te benaderen om er een tag op te zetten. Stel je dan voor dat Bruce Mate's team van OSU dicht bij een blauwe vinvis moeten komen om er een tag op te zetten die blijft zitten. Een technische uitdaging die we nog niet overwonnen hebben.
Het verhaal van ons team, een toegewijd team, gaat over 'fish and chips'. We vertrekken van satelliettelefoon- of computeronderdelen, chips dus. We maken er iets speciaals mee waardoor we het oceaanrijk als nooit tevoren kunnen gaan onderzoeken. Voor de eerste keer kunnen we de reis van een tonijn door de oceaan meemaken. Met behulp van licht en fotonen meten we zonsopgang en zonsondergang. Ik heb meer dan 15 jaar gewerkt met tonijn. Ik heb het voorrecht om een partner te zijn van het Monterey Bay Aquarium. We hebben daar een stukje oceaan achter glas geplaatst. Je kan er de blauwvintonijn en de geelvintonijn gaan bekijken. Wanneer de sluier van bubbels elke ochtend omhooggaat, kan je er een gemeenschap van de pelagische oceaan bekijken, een van de weinige plaatsen op aarde waar je de reusachtige blauwvin kunt zien rondzwemmen. We kunnen ze zien in hun schoonheid van vorm en functie, met hun onophoudelijke activiteit. Ze vliegen door hun ruimte, de oceanen. Twee miljoen mensen per jaar laten wij in contact komen met deze vis en zijn schoonheid bewonderen.
Achter de schermen werkt een laboratorium van de Stanford University samen met het Monterey Bay Aquarium. Hier hebben we nu al meer dan 14 of 15 jaar zowel blauwvintonijnen als geelvintonijnen in gevangenschap gehouden en bestudeerd. Maar eerst moesten we leren hoe ze te onderhouden. Wat eten ze graag? Waardoor voelen ze zich goed? We gaan in de bassins met de tonijnen en raken hun naakte huid aan. Het is geweldig. Het voelt heerlijk. Maar nog beter, we hebben onze eigen versie van tonijnfluisteraars, onze eigen Chuck Farwell, Alex Norton, die een grote tonijn in één beweging in een omhulling van water kunnen zetten. Zo kunnen we effectief met de tonijn werken en de nodige technieken leren om deze vis, die in de open zee nooit tegen een grens opbotst, niet te verwonden. Jeff en Jason zijn wetenschappers die een tonijn in een goot, het equivalent van een loopband, plaatsen. Die tonijn denkt dat hij onderweg is naar Japan, maar hij blijft ter plekke. We meten zijn zuurstofopname en zijn energieverbruik. We verzamelen deze gegevens om betere modellen te ontwerpen. Als ik die tonijn bekijk - dit is mijn favoriete uitzicht - dan vraag ik me af: "Hoe heeft deze vis het lengtegraadprobleem kunnen oplossen voordat wij dat deden?" Bekijk hem maar eens goed. Dichterbij zal je hem waarschijnlijk nooit te zien krijgen. Nu hebben de activiteiten van het lab ons geleerd hoe te werk te gaan in de open oceaan.
Voor een programma dat Tag-A-Giant heet, reisden we van Ierland naar Canada en van Corsica naar Spanje. We visten met vele naties over de hele wereld in een poging om elektronische computers op grote tonijnen te plaatsen. Zo hebben we 1.100 tonijnen onder handen genomen. Ik wil jullie drie clips laten zien, omdat ik 1.100 tonijnen getagd heb. Het is een zeer moeilijk proces, maar het is een ballet. Wij halen de tonijn op. We meten hem. Een team van vissers, kapiteins, wetenschappers en technici werken samen om dit dier voor ongeveer vier tot vijf minuten uit de oceaan te houden. We laten water over zijn kieuwen lopen en geven hem zuurstof. Vervolgens wordt na het taggen met veel moeite de computer geplaatst. We zorgen ervoor dat de steel eruit steekt zodat hij het milieu kan waarnemen. Dan laten wij deze vis terug in zee los. Altijd blij hem te zien wegzwemmen. Nog een klap van zijn staart en hij is weg. Uit de verzamelde gegevens - als die tag terugkomt, omdat een visser hem terug bracht voor een beloning van duizend dollar - kunnen we nu al bijna 5 jaar de gangen van een gewerveld dier onder de zee nagaan.
Soms zijn deze tonijnen groot, zoals deze vissen voor de kust van Nantucket. Maar dat is ongeveer de helft van de grootte van de grootste tonijn die we ooit hebben getagd. Er is menselijke inspanning en teaminspanning nodig om deze vis binnen te halen. Wat we in dit geval gaan doen is een 'pop-up-satelliet-archiverende' tag op de tonijn plaatsen. Deze tag zit op de tonijn, neemt de omgeving rond de tonijn waar, zal loskomen van de vis, naar het oppervlak drijven en zijn positie terugsturen naar satellieten in een baan om de aarde. De positiegegevens berekend door de tag, alsook druk- en temperatuurgegevens. Daardoor zijn we niet meer afhankelijk van menselijke tussenkomst om de tag op te halen. Die twee types elektronische tags zijn erg duur. Deze tags zijn ontworpen door een verscheidenheid aan teams in Noord-Amerika. Zij behoren tot onze fijnste instrumenten, onze nieuwe technologie in de oceaan vandaag. Een gemeenschap in het bijzonder heeft ons meer geholpen dan welke andere gemeenschap ook. Dat zijn de visserijen voor de kust van de staat North Carolina. Er zijn twee dorpen, Harris en Morehead City, waar al meer dan een decennium lang elke winter een Tag-A-Giant-party werd gehouden. Samen met ons werkten vissers om 800 tot 900 vissen te taggen. Hier hebben we ook de vis zelf opgemeten. Iets waarmee we de laatste jaren zijn begonnen: een slijmstaal nemen. Kijk hoe glanzend de huid is, je kunt er mijn spiegelbeeld in zien. Uit dat slijm kunnen we genprofielen halen. We krijgen informatie over het geslacht, kunnen de pop-up tag nog een keer controleren, en dan gaat hij terug de oceaan in. Dit is mijn favoriet.
Met de hulp van mijn voormalige postdoc, Gareth Lawson, werd deze prachtige foto van een tonijn gemaakt. Deze tonijn zwemt in een digitale oceaan. Het warme deel is de Golfstroom, het koude de Golf van Maine. Dat is waar de tonijn naartoe wil. Hij wil er foerageren op haringscholen. Maar hij kan daar niet komen. Het is er te koud. Maar dan warmt het op, de tonijn duikt erin, krijgt een aantal vissen te pakken, komt terug naar de thuisbasis, gaat er weer in en komt dan terug om daar in North Carolina te overwinteren. En dan op naar de Bahama's. Mijn favoriete scène, drie tonijnen in de Golf van Mexico. Drie getagde tonijnen. We berekenen hun posities. Ze komen samen. Dat zou tonijnseks kunnen zijn. Daar is het. Dat is waar de tonijn kuit schiet. Uit gegevens zoals deze, kunnen we nu de kaart opmaken. Op deze kaart zie je duizenden posities gegenereerd in deze 15 jaar van taggen. Hieruit blijkt dat tonijn van de westelijke kant naar de oostelijke kant gaat. De twee populaties van tonijn: een Golfpopulatie, een die wij kunnen taggen - gaat naar de Golf van Mexico, zoals ik liet zien - en een tweede populatie, die leeft tussen onze tonijn, onze Noord-Amerikaanse tonijn, is Europese tonijn die terug naar de Middellandse Zee gaat. Op de 'hot spots', de 'hoopspots', zijn het gemengde populaties.
Op basis van wetenschappelijk onderzoek hebben we voor de Internationale Commissie nieuwe modellen gebouwd. Daarmee kunnen we aantonen dat het model 'twee-populaties niet-mengen' - op basis waarvan zij tot op vandaag het CITES-verdrag verwerpen - niet het juiste model is. Dit model, een model van overlapping, is dé manier om vooruit te komen. Daardoor kunnen we voorspellen waar het beheer zou moeten plaatsvinden. Plaatsen zoals de Golf van Mexico en de Middellandse Zee zijn plekken waar één enkele soort, de enige populatie, kan worden gevangen. Dit worden de plaatsen die we moeten beschermen. Voor het centrum van de Atlantische Oceaan, waar ze zich mengen, kan ik me een beleid voorstellen dat Canada en Amerika laat vissen, omdat zij hun visserij goed beheren, ze doen hun werk goed. Maar in het internationale gebied, waar visserij en overbevissing de spuigaten uitlopen, bevinden zich de plaatsen waar we 'hoopspots' moeten aanleggen. Dat is hoe groot ze moeten zijn om de blauwvintonijn te beschermen.
In een tweede project Tagging of Pacific Pelagics genoemd, ging een team van ons in de Census of Marine Life de hele planeet in kaart brengen. Met geld van voornamelijk de Sloan Foundation en anderen waren we in staat om ons project van start te laten gaan. We zijn een van de 17 veldprogramma's. We begonnen met grote aantallen roofdieren, niet alleen tonijn, te taggen. We zijn ook zalmhaai in Alaska gaan taggen, en hem in zijn eigen territorium gaan volgen bij het zalm vangen. We bedachten dat we met een zalm aan een lijn, een zalmhaai konden vangen. De zalmhaai is een neef van de witte haai. Heel voorzichtig - let wel, ik zeg "heel voorzichtig" - konden we hem kalmeren, een slang in zijn bek steken, hem van het dek houden en vervolgens taggen met een satelliettag. Door die satelliettag zal die haai nu contact houden en berichten uitsturen. Als je goed kijkt, zie je dat die springende haai een antenne heeft. Het is een vrij zwemmende haai met een satelliettag springend naar zalm, die zijn gegevens naar ons stuurt. Zalmhaaien zijn niet de enige haaien wij taggen. Daar zwemmen zalmhaaien in deze éénmeterresolutie op een temperatuuroceaan - warme kleuren zijn warmer. Zalmhaaien gaan naar de tropen om te paaien en komen naar Monterey.
Vlakbij, in Monterey en op de Farallones, bevindt zich een witte-haaiteam onder leiding van Scott Anderson en Sal Jorgensen. Ze kunnen een lokaas uitgooien - een tapijt in de vorm van een zeehond - en dan komt die witte haai, een merkwaardig beest tot bij onze boot van 5 meter. Hij weegt meer dan duizend kilo. We halen het lokaas binnen. We plaatsen een akoestische tag die zegt, "I'M SHARK 10165" of zoiets, akoestisch met een 'ping'. Vervolgens plaatsen we een satelliet-tag die de lange reizen weergeeft met op licht gebaseerde geolocatie-algoritmen uitgerekend door de computer op de vis. Hier zie je Sal op zoek naar die twee tags. En daar zijn ze: de witte haaien van Californië weg voor een uitje naar het witte-haaicafé en terug. We hebben ook makreelhaaien getagd, samen met onze collega's van NOAA, blauwe haaien. We kunnen nu kijken naar deze oceaan van kleur die de temperatuur weergeeft. We zien tiendaagse wormsporen van makreelhaaien en zalmhaaien. Witte haaien en blauwe haaien. Voor de eerste keer zien we op een 'eco-landschap' op oceaanschaal waar de haaien zich ophouden.
Het tonijnteam van TOPP heeft het ondenkbare gedaan: drie teams tagden 1.700 tonijnen, blauwvintonijn, geelvintonijn en witte tonijn allemaal tezelfdertijd - we repeteerden zorgvuldig de tagging-programma's waarbij we jonge tonijn vangen, tags met sensoren op de tonijn plaatsen en hem terug uitzetten. We krijgen ze terug en nu kan je hier op een digitale oceaan van NASA de blauwvintonijnen in het blauw hun corridor zien passeren als ze terugkeren naar de westelijke Stille Oceaan.
Ons team van UCSC heeft zeeolifanten getagd met tags die op hun hoofd zijn gelijmd. Ze komen los bij het vervellen. Deze zeeolifanten bestrijken een halve oceaan, nemen data op tot op 1.800 meter diepte - Fantastische data. En dan is er Scott Shaffer en onze pijlstormvogels met tonijntags, op licht gebaseerde tags. Die nemen je mee van Nieuw-Zeeland naar Monterey en terug, reizen van 65.000 kilometer. Nooit eerder gezien. Met erg kleine, op licht gebaseerde geolocatie-tags kunnen nu we deze reizen meemaken. Hetzelfde met de Laysan-albatros die een hele oceaan bereist. Soms een reis naar hetzelfde gebied als dat van de tonijn. Je kan zien waarom ze zouden kunnen worden gevangen. Dan is er George Schillinger en ons zeeschildpadteam uit Playa Grande die zeeschildpadden taggen die nog verder gaan dan waar wij gaan. Scott Benson's team toonde aan dat zeeschildpadden vanuit Indonesië helemaal naar Monterey reizen. Op deze bewegende oceaan kunnen we eindelijk zien waar de roofdieren zijn. We kunnen zien hoe ze een ecoruimte zo groot als een oceaan gebruiken.
Op basis van deze informatie kunnen we beginnen de 'hoopspots' in kaart te brengen. Dit hier is nog maar drie jaar aan gegevens. En er is al een decennium aan gegevens. We zien de polsslag en de seizoensgebonden activiteiten van deze dieren. Deze informatie kunnen we gebruiken om de 'hotspots' te lokaliseren, 4.000 implementaties, een enorme taak, 2.000 tags in een gebied, hier voor de eerste keer getoond, voor de Californische kust, die een verzamelpunt lijkt te zijn. Als een soort toegift van deze dieren, helpen ze ons nog. Ze dragen instrumenten die gegevens tot op 2.000 meter diepte opnemen. Ze verzamelen informatie over onze planeet op zeer kritieke plaatsen zoals Antarctica en de Noordpool. Dit zijn zeehonden uit vele landen die worden losgelaten om onder de ijskappen data te verzamelen. Ze geven ons temperatuurgegevens van oceanografische kwaliteit op beide polen.
Deze gegevens zijn, gevisualiseerd, boeiend om naar te kijken. We hebben nog niet uitgedokterd hoe je het beste de data kan visualiseren. Als deze dieren al zwemmend voor ons informatie verzamelen die belangrijk is voor klimaatkwesties, dan vinden wij het ook van cruciaal belang om deze informatie aan het publiek voor te stellen, om het publiek te betrekken bij dit soort gegevens. We deden dit met de Grote Schildpadrace - we tagden schildpadden, wat vier miljoen hits opleverde. En nu, met Google's Oceans, kunnen we een witte haai uitzetten in de oceaan. Als we dat doen en hij zwemt, zien we deze prachtige bathymetrie waarvan de haai weet dat ze er is als hij van Californië naar Hawaï zwemt. Maar misschien kan Mission Blue de oceaan invullen die we niet kunnen zien. Wij hebben de mogelijkheid, NASA heeft de oceaan. We hoeven dat alleen maar te combineren.
Als conclusie kunnen we zeggen: we weten waar het equivalent van Yellowstone ligt voor Noord-Amerika, namelijk net voor onze kust. Wij hebben de technologie die ons liet zien waar het is. Waar we misschien over moeten nadenken, is een verhoging van de biologgingcapaciteit van Mission Blue. Hoe kunnen we elders dit soort activiteiten toepassen? En dan tot slot: om de boodschap te laten doordringen, kunnen we misschien live verbindingen naar dieren zoals blauwe walvissen en witte haaien gebruiken. Killer apps maken, als je wil. Veel mensen zijn enthousiast als haaien nog eens onder de Golden Gate Bridge zwemmen. Laten we het publiek betrekken bij deze activiteit, op hun iPhone. Zo raken we af van een paar internetmythes.
We kunnen de blauwvintonijn redden. We kunnen de witte haai redden. Wij hebben de wetenschap en de technologie. Er is hoop. Yes we can. We hoeven deze capaciteit alleen maar verder in de oceanen toe te passen.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Tonijnen zijn oceaanatleten - snelle en ver-gaande roofdieren waarvan we de leefgewoonten nog maar net beginnen te begrijpen. Mariene bioloog Barbara Blok rust tonijnen uit met opsporingstags (compleet met transponders) die ongekende hoeveelheden gegevens registrerenover deze prachtige, bedreigde vis en de oceaanhabitats waarin ze leven.
Barbara Block studies how tuna, billfish and sharks move around (and stay warm) in the open ocean. Knowing how these large predators travel through pelagic waters will help us understand their role in the wider ocean ecosystem. Full bio »
Translated into Dutch by Rik Delaet
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
18:12 Posted: Feb 2012
Views 401,186 | Comments 126
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.