Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Mijn opa vertelde me toen ik klein was: "Als je een woord maar vaak genoeg zegt, word je het zelf." Omdat ik was opgegroeid in de gesegregeerde stad Baltimore, Maryland, heb ik dat idee gebruikt om Amerika rond te trekken met een bandrecorder -- goddank dat er technologie bestaat -- om mensen te interviewen, met de gedachte dat als ik in hun woorden zou lopen -- daarom draag ik nooit schoenen als ik optreed -- als ik in hun woorden zou lopen, zou ik Amerika in me op kunnen nemen. Ik werd ook geïnspireerd door Walt Whitman, die Amerika in zich op wilde nemen en opgenomen wilde worden.
Deze vier personages komen voort uit het werk dat ik nu al vele jaren doe, en veel meer dan -- ik weet het niet, een paar duizend mensen die ik heb geïnterviewd. Wie is oud genoeg om Studs Terkel te kennen, die oude radioman? Ik dacht dat hij de perfecte persoon zou zijn om te vragen naar een bepalend moment in de Amerikaanse geschiedenis. Hij werd "geboren in 1912, het jaar dat de Titanic zonk, het mooiste schip ooit. Raakt de top van de ijsberg en bam, gezonken. Het schip ging, en ik kwam. Wow, wat een eeuw." (Gelach)
Dit zei hij over een een bepalend moment in de Amerikaanse geschiedenis. Een bepalend moment in de Amerikaanse geschiedenis, ik denk niet dat er één is; Hiroshima kan niet, da's een grote -- ik kan niet één moment kiezen dat ik bepalend zou willen noemen. Het langzame verglijden -- verglijden is het woord dat de Watergate-mensen gebruikten, moreel verglijden -- het is een geleidelijk ding, een combinatie van zaken. Weet je, we hebben de technologie. Ik zeg, minder en minder menselijk contact.
Laat me jullie een grappig verhaaltje vertellen. Atlanta Airport is een modern vliegveld en ze moeten daar de gate uit. Die treinen nemen je naar de terminal en naar een bestemming. Die treinen gaan soepel, ze zijn stil en efficiënt. En er is een stem in de trein, een menselijke stem. Weet je, vroeger hadden we robots die mensen imiteerden. Nu hebben we mensen die robots nadoen. De stem in de trein zei: Terminal Een: Omaha, Lincoln. Terminal Twee: Dallas, Fort Worth. Zelfde stem. Op het moment van vertrek, rent een jong stel de trein binnen precies als de pneumatische deuren sluiten. Onmiddellijk zei die stem: "Door laatkomers hebben we 30 seconden vertraging." Ogenblikkelijk wierp iedereen hatelijke blikken naar dat stel en het stel krimpt wat in elkaar, zo. Welnu, voor het boarden had ik wat borrels op -- om m'n zenuwen te kalmeren -- en ik doe zo'n omroepbericht na, met m'n hand op m'n -- "George Orwell, uw tijd is gekomen." Sommigen van u lachen. Iedereen lacht als ik dat zeg, maar niet op deze trein. Stilte. Plotseling kijken ze me aan. Daar sta ik met dat stel, met z'n drieën krimpen we in elkaar alsof er iets vreselijks gebeurd is.
Ineens zie ik een baby, een kleine baby op schoot bij moeder. Ze moet wel Latina zijn, want ze praat Spaans met haar vriendin. Ik ga met de baby praten, en ik zeg met m'n hand over m'n mond, want m'n adem moet wel 100% alcohol zijn, tegen de baby: "Meneer of mevrouw, wat is uw onderbouwde mening over het menselijk ras?" De baby kijkt zoals babies je altijd strak aankijken, begint te lachen, begint hardop z'n kleine gekke lachje te lachen. Ik zeg: "Goddank voor een menselijke reactie, we hebben nog niet verloren."
Maar zie je, het menselijke contact verdwijnt. Weet je, je moet vraagtekens plaatsen bij de officiële waarheid. Weet je wat zo geweldig was aan Mark Twain -- je weet hoe we Mark Twain eren, maar niet lezen. We lezen Huckleberry Finn, natuurlijk, natuurlijk lezen we Huck Finn. Ik bedoel, Huck was natuurlijk geweldig. Weet je nog die mooie scène op het vlot, weet je nog wat Huck deed? Hier heb je Huck, een ongeletterd kind zonder opleiding, maar hij heeft iets in zich. De officiële werkelijkheid, de waarheid, de wet was dat een zwarte man eigendom was, een ding.
Huck klimt op het vlot met een eigendom genaamd Jim, een slaaf. Hij hoort dat Jim weggaat en zijn vrouw en kinderen mee gaat nemen en hen gaat stelen van de vrouw die hen bezit, en Huck zegt: "Oo, o mijn God, oo, oo -- die vrouw heeft niemand kwaad gedaan. Oo, hij gaat stelen, hij gaat stelen, hij gaat iets vreselijks doen." Dan halen twee slavendrijvers ze in, kerels die op slaven jagen, op zoek naar Jim. "Heb je iemand op dat vlot?" Huck zegt: "Ja." "Is hij zwart of wit?" "Wit." En weg zijn ze. En Huck zegt, "O mijn God, o mijn God, ik heb gelogen, oo, ik heb iets vreselijks gedaan -- waarom voel ik me dan zo goed?"
Het is Hucks goedheid, dat waar Huck van is gemaakt, weet je, 't is allemaal begraven. Het menselijk contact is aan het verdwijnen. Je vraagt me naar een bepalend moment. Voor mij is er geen bepalend moment in de Amerikaanse geschiedenis. Het is de stapel momenten die maken waar we nu zijn, waar feitjes nieuws worden. Hoe langer hoe meer neemt het besef van pijn of de ander af. Weet je, ik weet niet of je er iets aan hebt of niet, maar ik citeerde Wright Morris, een auteur uit Nebraska, die zegt dat we meer en meer bezig zijn met communicatiemiddelen en steeds minder met communicatie. Goed, kinderen, ik moet weg, op naar mijn cardioloog. Dat is Studs Terkel. (Applaus)
Nu we het toch over risico hebben, ga ik iemand doen die niemand aardig vindt. De meeste acteurs willen aardige personages doen -- nu, niet altijd, maar het idee, vooral bij een conferentie als deze, ik wil mensen inspireren. Maar aangezien dit gaat over risico's nemen ga ik iemand nadoen die ik anders nooit doe, omdat ze zo onaangenaam is dat iemand zelfs een keer backstage kwam en zei dat ik haar uit de show moest halen waar ze in zat. Ik doe haar omdat ik denk dat we risico, op een conferentie als deze, beschouwen als iets goeds.
Maar het woord risico heeft meer connotaties, hetzelfde geldt voor het woord natuur. Wat is natuur? Maxine Greene, een geweldige filosoof, net zo oud als Studs, was het hoofd van een filosofie... -- een grote organisatie die zich met filosofie bezighoudt, ik zocht haar op en vroeg van welke twee zaken ze niets wist, zaken waar ze nog over wilde leren. Zei zei: "Persoonlijk voel ik nog steeds dat ik hoor te buigen als ik de president van mijn universiteit zie. En ik voel nog steeds dat ik koffie zou moeten halen voor mijn mannelijke collega's, zelfs nu ik de meesten heb overleefd." Ze zei: "Maar op intellectueel vlak weet ik nog niet genoeg van negatieve verbeelding. 11 september heeft ons zeker geleerd dat we daar helemaal geen onderzoek naar doen."
Dit gaat dus over negatieve verbeelding. Het roept vragen op naar de aard van natuur, wat is Moeder Natuur, en wat een risico kan zijn. Ik heb het uit de vrouwengevangenis van Maryland. Alles wat ik zeg, komt woord voor woord van de opname. Ik kies titels omdat ik denk dat mensen praten in organische gedichten, en dit stuk heet "Een spiegel bij haar mond." Deze gevangene heet Paulette Jenkins.
"Langzaam leerde ik het te verbergen, omdat ik niet wilde dat iemand wist wat er bij mij thuis gebeurde. Ik wil dat iedereen denkt dat we een normaal gezin zijn. Ik bedoel, we hadden alle materiële zaken, maar daar hebben mijn kinderen niet minder pijn door; daarmee gleed de angst niet van ze af. Ik had geen smoesjes meer paraat voor een blauw oog en kapotte lippen en blauwe plekken. Ik had geen smoesjes meer. Mij sloeg hij ook. Maar dat deed niets af aan het feit dat het een nachtmerrie was voor mijn gezin, een nachtmerrie. Ik heb ze dramatisch in de steek gelaten, omdat ik het steeds opnieuw liet gebeuren, steeds opnieuw.
Maar de nacht dat Myesha werd vermoord -- het werd steeds erger en erger en erger, tot we op een avond thuiskwamen met drugs op, hij werd boos op Myesha en begon haar te slaan, hij zette haar in bad. Oh, hij gebruikte een riem. Hij had een riem omdat hij het verknipte idee had dat Myesha seks had met haar kleine broertje, en ze zaten aan elkaar -- dat was waarom hij het deed. Ik heb het over de ene nacht dat ze stierf. Hij zette haar in bad, en ik was in de slaapkamer met de baby.
Vier maanden ervoor, vier maanden voordat Myesha stierf, dacht ik nog dat ik deze man kon fixen. Ik kreeg zijn baby -- gekkenwerk -- want ik dacht dat als ik hem zijn eigen kind gaf, hij de mijne met rust zou laten. Maar dat werkte niet, 't werkte niet. Ik kreeg drie kinderen, Houston, Myesha en Dominic, die vier maanden oud was toen ik naar de gevangenis ging.
Ik was in de slaapkamer. Ik zei al, hij had haar in de badkamer en hij -- hij -- telkens als hij haar sloeg, viel ze. Ze stootte haar hoofd tegen het bad. Dat bleef maar gebeuren, keer op keer. Ik kon het horen, maar ik durfde niet te bewegen. Ik bewoog niet. Ik ging zelfs niet kijken wat er gebeurde. Ik zat daar maar en luisterde. Toen zette hij haar in de hal. Hij zei dat ze moest zitten. Dus zat ze daar vier of vijf uur. Toen zei hij, sta op. En toen ze opstond, zei ze dat ze niets kon zien. Haar gezicht was helemaal blauw, ze had een blauw oog. Haar hoofd was helemaal dik; haar hoofd was twee keer zo groot als normaal. Ik zei, laat haar maar slapen. En hij liet haar slapen.
De volgende ochtend was ze dood. Hij ging bij haar kijken voor school, en hij raakte helemaal opgewonden. Hij zei, ze ademt niet meer. Ik wist meteen dat ze dood was. Ik wilde zelfs niet accepteren dat ze dood was, dus ging ik naar binnen en hield ik een spiegel bij haar mond -- niks, helemaal niks, er kwam niks uit haar mond. Hij zei, hij zei, hij zei, niemand, niemand mag hier achter komen. Hij zei, je moet me helpen. Ik zeg ja, ik zeg ja.
Ik bedoel, ik heb jaren en jaren dingen geheim gehouden, dus het was voor mij tweede natuur, gewoon het geheim blijven houden. We gingen naar het winkelcentrum en zeiden tegen de politie dat we haar kwijt waren, dat ze vermist was. We zeiden tegen een bewaker dat ze vermist was; maar ze werd niet vermist. We vertelden de bewaker wat ze haar hadden aangetrokken en gingen naar huis en trokken haar precies die kleren aan als we tegen de bewaker hadden gezegd dat ze aan had.
Toen namen we de baby en mijn andere kind, en we reden naar de I-95. Ik was zo versteend en verdoofd, dat ik alleen maar in de achteruitkijkspiegel kon kijken. Hij legde haar gewoon op de rand van de snelweg. Mijn eigen kind, ik liet het gebeuren. Dat is een onderzoek naar negatieve verbeelding. (Applaus)
Toen ik met dit project begon getiteld "Op weg: op zoek naar een Amerikaans personage" met mijn taperecorder, dacht ik dat ik Amerika rond zou trekken en al zijn aspecten zou vinden -- stierentemmers, cowboys, varkensboeren, majorettes -- maar ik struikelde als het ware over rassenrelaties, want mijn eerste grote show ging over rassenrellen. Ik bezocht er twee -- twee rassenrellen, een was in Los Angeles. Het volgende stuk komt daar uit. Ik mag wel zeggen dat ik het meest heb geleerd over rassenrelaties, uit dit stuk. Het is een soort aria, die terugkeert in veel van mijn tapes.
Iedereen weet dat de rellen in Los Angeles uitbarstten omdat vier agenten de zwarte Rodney King in elkaar sloegen. We hebben het op video -- technologie -- en het was overal ter wereld te zien. Iedereen dacht dat de vier agenten de cel in zouden gaan. Dat was niet zo, en toen waren er rellen. Wat veel mensen vergeten is het tweede proces, in opdracht van George Bush, Sr. Het resultaat van die zaak was gevangenis voor twee agenten en vrijspraak voor twee agenten. Ik was erbij. Ik bedoel, mensen dansten op straat omdat ze bang waren voor nieuwe rellen. Een explosie van vreugde over het nieuwe vonnis.
Eén gemeenschap was niet blij -- de Koreaans-Amerikanen, wiens winkels door brand waren verwoest. Deze vrouw, Mevr. Young-Soon Han, heeft me alles geleerd wat ik weet over etniciteit, denk ik. Ze stelt een vraag die Studs ook bezighield: dit idee van officiële waarheid, en de vragen die je erbij moet stellen. Ze stelt hier vragen bij, ze neemt een risico en vraagt wat voor rechtvaardigheid er is in de samenleving. Dit stuk heet "De bitterheid doorslikken."
Ik dacht altijd dat Amerika het best was. In Korea zag ik veel prachtig gemaakte films met de Hollywood-lifestyle. Nooit zag ik een arme man, of een zwarte. Tot 1992 dacht ik dat Amerika het best was -- dat denk ik nog steeds, ik ontken het niet omdat ik een slachtoffer ben. Maar eind '92, toen het hier zo'n chaos was, met alle financiële en geestelijke problemen, realiseerde ik me dat Koreanen helemaal buiten de samenleving staan en niets waard zijn. Waarom? Waarom vallen we er buiten? We hadden geen recht op gezondheidszorg, geen voedselbonnen, geen [???]
geen bijstand, niks. Veel Afrikaans-Amerikanen werken nooit maar krijgen een minimumbedrag om te overleven. Wij kregen niks omdat we een auto hadden en een huis. We betalen veel belasting. Waar is de rechtvaardigheid? Ok. Ok. Ok. Ok. Veel Afrikaans-Amerikanen denken waarschijnlijk dat ze wonnen in het proces. Ik zat hier naar ze te kijken de ochtend na het vonnis, en de hele dag hadden ze feest, ze vierden feest, heel South Central, alle kerken. Ze zeiden, eindelijk is er gerechtigheid in deze samenleving. Maar hoe zit het met de rechten van de slachtoffers? Zij hebben 't recht gekregen door onschuldige Koreaanse winkelieren kapot te maken. Ze hebben veel respect, net als ik, voor Dr. Martin King. Hij is het enige voorbeeld voor de zwarte gemeenschap; Jesse Jackson doet me niks. Hij is een voorbeeld van geweldloosheid -- en allemaal willen ze zijn zoals hij.
Maar 1992 dan? Ze verwoestten onschuldige mensen. Ik vraag me af of dat wel rechtvaardig is voor hen, om zo hun rechten te krijgen. Ik slikte mijn bitterheid in, hier in m'n eentje terwijl ik naar ze keek. Ze werden zo enorm vrolijk, maar ik was blij voor ze. Ik was blij voor ze. Ze hebben tenminste iets teruggekregen, ok. Laten we Koreaanse en andere slachtoffers vergeten die zij hebben verwoest. Ze hebben meer dan twee eeuwen gevochten voor hun rechten en misschien doordat ze andere minderheden opofferen, Latino's, Aziaten, zouden wij meer lijden in de mainstream. Daarom begrijp ik, daarom heb ik gemengde gevoelens over het vonnis.
Ik zou willen, ik zou willen, ik zou willen dat ik mee zou kunnen doen met die vreugde. Ik zou samen willen leven met zwarte mensen. Maar na de rellen zijn de verschillen te groot. Het brandt nog. Hoe zeg je dat? [Onverstaanbaar]. Aansteken, het vuur aansteken. Het is er nog steeds, het kan elk moment ontbranden. Mevrouw Young-Soon Han. (Applaus)
Nog een reden dat ik geen schoenen draag is voor als ik eens ergens lekker in elkaar wil kruipen en in iemands voeten wil komen, echt lopen in andermans schoenen. Ik vertelde jullie -- weet je, ik vertelde niet welk jaar het was, maar ik bedacht me in '79 dat ik op pad ging op zoek naar stierentemmers, varkensboeren, dat soort mensen, maar ik raakte verzeild bij rassenrelaties.
Uiteindelijk vond ik toch een stierentemmer, 2 jaar geleden. Ik bezocht rodeo's met hem, en het klikte tussen ons. Hij was de inleiding voor een conference die ik deed over de Republikeinse conventie. Hij is een Republikein -- ik zeg niets over welke partij ik stem, maar goed -- dit is mijn lieve, lieve Brent Williams, en het gaat over kracht, voor het geval iemand moet leren over volhouden voor je werk. Ik denk dat er een echte les in zit. Dit stuk heet "Volhouden."
Ik ben een optimist. Ik bedoel, in principe ben ik een optimist. Ik bedoel, weet je, 't is zoals met m'n vrouw Jolene, haar familie zegt altijd of ze wel eens denkt dat hij een geboren verliezer is, hij lijkt altijd zoveel pech te hebben, weet je wel. Maar toen die stier op m'n nier trapte verloor ik m'n nier niet -- ik had m'n nier kunnen verliezen, maar ik hield die nier, dus ik vind mezelf geen geboren verliezer. Dat is volgens mij geluk. (Gelach)
Dat soort gekke dingen gebeuren gewoon. Ik was bij de dokter voor een laatste CAT-scan en daar lag een Reader's Digest, oktober 2002. Daar stond iets in over 7 manieren van geluk hebben. Als je geluk wilt hebben moet je positieve mensen om je heen hebben. Zelfs toen ik m'n vrouw vertelde dat je hier zou komen om met mij te praten, zei ze: "Die zegt maar wat, die is gewoon aardig tegen je. Gaat nooit gebeuren."
En toen je me belde en zei je dat je me wilde komen opzoeken voor een interview, zocht ze je op op internet. Ze zei: "Kijk nou eens wie ze is. Haar vragen zijn vast veel te moeilijk voor je." (Gelach) En ze zei dat je me als een of andere idioot zou neerzetten omdat ik nooit heb gestudeerd en niet praatte op een professionele manier ofzo. Ik zei: "Die vrouw heeft anders wel vier uur met me gepraat. Ik bedoel, als ik niet zo praatte -- weet je, weet je, als ze niet wilde dat ik zo praatte, denk ik niet dat ze hier zou willen komen."
Zelfvertrouwen? Ik denk dat ik eerder rij uit vastberadenheid dan uit zelfvertrouwen. Ik bedoel, zelfvertrouwen is als je op een stier gaat zitten voordat je weet dat je erop kunt rijden. Ik bedoel, zelfvertrouwen is een beetje arrogant, maar op een goede manier. Maar vastberadenheid, weet je, dat is meer "fuck de vorm, grijp die hoorn." (Gelach) That is Tuff Hedemann, in de film 8 Seconds. Ik bedoel, Pat O'Mealey zei altijd toen ik nog klein was: "Jij hebt meer durf dan alle kinderen die ik ooit heb gezien." En durf en vastberadenheid zijn hetzelfde. Vastberadenheid is wanneer je je aan die stier vasthoudt, zelfs als je ondersteboven rijdt. Vastberadenheid is als je gaat rijden tot je hoofd helemaal onder het stof zit.
Vrijheid? Da's zeker de rodeo.
Schoonheid? Ik weet geloof ik niet wat schoonheid is. Nou, ik denk dat dat ook de rodeo is. Ik bedoel, kijk ons eens, één ruige familie, vrienden met iedereen en handen schudden en worstelen om me heen. Onze creditcards gaan op aan toegangsprijzen en benzine. We rijden samen, weet je, we eten samen, we slapen samen. Ik kan me niet eens voorstellen hoe dat voelt, mijn laatste rodeo-dag. 't Zal allemaal wel meevallen. Ik bedoel, ik heb mijn ranch en alles, maar ik wil echt niet nadenken over als het zover is. Ik bedoel, 't zal wel zijn als -- het zal wel zijn als de dag dat mijn broer stierf.
Volhouden? We waren in West Jordan, Utah, en die stier ramde m'n gezicht recht door de metalen spijlen in een -- m'n gezicht was helemaal kapot, ik moest naar het ziekenhuis. Ze moesten me hechten en m'n neus moest worden rechtgezet. Maar ik moest en zou in de rodeo rijden die avond, dus ik wilde niet aan de anesthesie of hoe dat ook heet. Ze hechtten dus m'n gezicht. En ze moesten m'n neus rechtzetten dus pakten ze die staven en schoven ze m'n neus in dwars door m'n hersens. Het voelde alsof ze uit de bovenkant van m'n hoofd kwamen, iedereen zei dat ik het m'n dood zou zijn geweest, maar dat was niet zo, vast omdat ik veel pijn kan verdragen. (Gelach) Maar toen die staven er eenmaal in zaten en m'n neus weer recht stond, kon ik ademhalen, want ik kon al geen adem meer halen sinds ik m'n neus had gebroken in een rodeo op de middelbare school.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Schrijfster en acteur Anna Deavere Smith geeft een stem aan auteur Studs Terkel, veroordeelde crimineel Paulette Jenkins, een Koreaanse winkelier en een stierentemmer, genomen uit haar soloshow "Op weg: op zoek naar het karakter van Amerika".
Anna Deavere Smith's ground-breaking solo shows blur the lines between theater and journalism, using text from real-life encounters to create gripping portraits. Full bio »
Translated into Dutch by Albert Edelman
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
My grandfather told me when I was a little girl, ‘If you say a word often enough, it becomes you.’” (Anna Deavere Smith)
16:32 Posted: Jul 2006
Views 986,632 | Comments 635
04:07 Posted: Dec 2006
Views 445,550 | Comments 66
16:40 Posted: Oct 2008
Views 646,751 | Comments 82
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.