Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Ik wil dat je je twee koppels voorstelt, midden 1979. Op exact dezelfde dag, op exact hetzelfde moment, verwekken ze elk een baby. Twee koppels verwekken dus elk een baby. Blijf niet te lang stilstaan bij de voorstelling van de conceptie, want als je al je tijd daaraan besteedt, luister je niet meer naar mij. Stel je dat even voor. In dit scenario, ga ik ervan uit dat in één geval, het sperma drager is van een Y-chromosoom, dat het X-chromosoom van het ei ontmoet. In het andere geval, is het sperma drager van een X-chromosoom, dat het X-chromosoom van het ei ontmoet. Beide zijn levensvatbaar, beide smelten samen. We komen later terug op deze mensen.
Ik draag twee petten in hetgeen ik doe. Met één pet beoefen ik geschiedenis van de anatomie. Ik ben historica van opleiding. In dat geval bestudeer ik de manier waarop mensen zijn omgegaan met anatomie - ik bedoel menselijke lichamen, dierlijke lichamen - hoe zij zijn omgegaan met lichaamsvloeistoffen, begrippen van organen; hoe ze dachten over lichamen. De andere pet die ik in mijn werk draag, is die van activist, als verdediger van patiënten - of, zoals ik wel eens zeg, als een ongeduldige verdediger - voor mensen die patiënten zijn van artsen. In dat geval werk ik met mensen met lichaamtypes die de sociale normen uitdagen. Een voorbeeld daarvan is een Siamese tweeling, twee mensen in één lichaam. Ik heb ook gewerkt met mensen met dwerggroei - mensen die veel kleiner zijn dan normaal. Waar ik veel mee gewerkt heb, zijn mensen met een atypisch geslacht - mensen die niet beschikken over de standaard mannelijke of vrouwelijke lichaamtypes. In het algemeen gebruiken we hiervoor de term interseksualiteit.
Interseksualiteit komt voor in veel verschillende vormen. Ik geef je slechts een paar voorbeelden van de vormen die afwijken van wat standaard is voor een man of een vrouw. In één geval kun je iemand hebben die een XY-chromosomale basis heeft. Het SRY-gen op het Y-chromosoom vertelt de proto-geslachtsklieren, die we allemaal hebben als foetus, om testes te worden. In de foetus pompen de testes testosteron uit. Omdat deze persoon receptoren mist om het testosteron te ontvangen, reageert het lichaam hier niet op. Dit is het androgeen ongevoeligheidssyndroom. Een hoog testosteronniveau, maar geen reactie. Als gevolg daarvan, ontwikkelt het lichaam meer als typisch vrouwelijk. Wanneer het kind geboren wordt, ziet het eruit als een meisje. Het is een meisje. Het wordt opgevoed als een meisje. Het duurt vaak het tot aan de puberteit -- het meisje groeit en ontwikkelt borsten, maar krijgt geen menstruatie -- dat iemand ontdekt dat er iets aan de hand is. Ze doen wat tests en komen erachter dat, in plaats van eierstokken en een baarmoeder, zij testes heeft, en een Y-chromosoom.
Wat belangrijk is om te begrijpen: je denkt dat deze persoon echt mannelijk is, maar dat klopt niet met de werkelijkheid. Vrouwen, net zoals mannen, hebben bijnieren. Ze bevinden zich aan de achterkant van ons lichaam. De bijnieren maken androgenen, een mannelijk hormoon. De meeste vrouwen zoals ik - ik zie mezelf als typisch vrouwelijk - eigenlijk ken ik mijn chromosomale make-up niet - maar ik denk dat ik waarschijnlijk typisch ben. De meeste vrouwen zoals ik zijn androgeen gevoelig. We maken androgeen, en we reageren op androgenen. Het gevolg is dat iemand als ik eigenlijk een brein heeft dat blootgesteld werd aan meer androgenen dan de vrouw geboren met testes die androgeen ongevoeligheidssyndroom heeft. Geslacht is echt ingewikkeld, het is niet zo dat interseksuele mensen zich in het midden van het geslachtsspectrum bevinden - in sommige opzichten kunnen ze zich overal bevinden.
Een ander voorbeeld: een paar jaar geleden kreeg ik een telefoontje van een man van 19 jaar. Hij werd als jongen geboren, groeide op als jongen, had een vriendin, had seks met zijn vriendin, leefde als een kerel. Hij had net ontdekt dat hij eierstokken en een baarmoeder had. Hij had een extreme vorm van een aandoening, congenitale bijnierhyperplasie. Hij had XX chromosomen. In de baarmoeder werkten zijn bijnieren in zo'n hoge versnelling dat ze een mannelijke hormonale omgeving creëerden. Als gevolg daarvan waren zijn genitaliën vermannelijkt. Zijn hersenen waren onderworpen aan de meer typisch mannelijke component van hormonen. Hij werd geboren als een jongen - niemand vermoedde iets. Het was pas toen hij 19 werd, dat hij medische problemen begon te krijgen door inwendige menstruatie, dat de artsen erachter kwamen dat hij vanbinnen een vrouw was.
Nog een snel voorbeeld van interseksualiteit. Sommige mensen die XX chromosomen hebben, ontwikkelen ovotestis, dat is wanneer je eierstokweefsel omwikkeld is met testisweefsel. We weten niet precies waarom dat gebeurt.
Geslacht heeft veel verschillende variaties. De reden dat kinderen met dit soort lichamen - of het nu dwerggroei, of Siamese tweeling is, of een interseksueel type - vaak ‘genormaliseerd’ worden door chirurgen is niet omdat ze dan beter af zijn in termen van fysieke gezondheid. In veel gevallen zijn de mensen kerngezond. De reden dat ze vaak allerlei operaties moeten ondergaan, is omdat ze een bedreiging zijn voor onze sociale categorieën. Ons systeem is meestal gebaseerd op de gedachte dat een bepaalde soort anatomie afgeleverd wordt met een bepaalde identiteit. We hebben een concept van wat het betekent om een vrouw te zijn, dat is een vrouwelijke identiteit hebben. Wat het betekent om een zwarte persoon te zijn, zogezegd, is om een Afrikaanse anatomie te hebben in termen van je geschiedenis. Een vreselijk simplistische idee. Als we geconfronteerd worden met een lichaam dat ons eigenlijk iets heel anders presenteert, jaagt dat ons angst aan in termen van die categorieën.
We hebben in onze cultuur veel romantische ideeën over individualisme. Onze natie is gebaseerd op een zeer romantische idee van individualisme. Je kunt je voorstellen hoe verbijsterend het is als kinderen geboren worden met twee mensen binnen in één lichaam. Vorig jaar werd ik nog hevig met dit thema geconfronteerd bij de Zuid-Afrikaanse loopster, Caster Semenya. Haar geslacht werd in twijfel getrokken op de Internationale Spelen in Berlijn. Veel journalisten belden mij met de vraag: "Welke test gaan ze doen om te onderzoeken of Caster Semenya mannelijk of vrouwelijk is? " Ik moest uitleggen aan de journalisten dat een dergelijke test niet bestaat.
Sterker nog, we weten nu dat geslacht al ingewikkeld genoeg is, dat we moeten toegeven dat de natuur geen grens trekt tussen man en vrouw, of tussen mannelijk en interseks en vrouwelijk en interseks; Wij zijn het die de grens trekken op de natuur. Dit creëert een situatie waar, hoe verder de wetenschap vordert, hoe meer we moeten toegeven dat deze categorieën, die wij zagen als stabiele anatomische categorieën die eenvoudig pasten bij stabiele identiteitscategorieën, veel waziger zijn dan we dachten. Het is niet alleen in termen van geslacht, ook in termen van ras, blijkt dat veel ingewikkelder te zijn dan onze terminologie toestaat.
Daardoor komen we in allerlei ongemakkelijke gebieden. Bijvoorbeeld het feit dat we ten minste 95 procent van ons DNA delen met chimpansees. Wat moeten we denken van het feit dat we maar een paar nucleotiden van hen verschillen? Hoe vooruitstrevender onze wetenschap wordt, hoe meer we uit onze comfortzone moeten komen en moeten erkennen dat de simplistische categorieën die we hebben waarschijnlijk al te simplistisch zijn.
We zien dit op allerlei plaatsen in het menselijke leven. Een van de gebieden waar we dit tegenkomen in onze cultuur, in de Verenigde Staten, is in de strijd over het begin en het einde van het leven. We hebben moeilijke gesprekken over op welk punt we besluiten dat een lichaam een mens is, zodanig dat het andere rechten heeft dan een foetus. We hebben vandaag de dag zeer moeilijke gesprekken - eerder binnen de geneeskunde dan openlijk - over de vraag wanneer iemand dood is. Onze voorouders worstelden in het verleden nooit zo veel met deze vraag wanneer iemand dood was. Ze staken een veertje onder iemands neus, als het kriebelde, werd de persoon nog niet begraven. Als het niet meer kriebelde, werd iemand begraven. Vandaag hebben we een situatie waarbij we vitale organen willen nemen van wezens om ze aan andere wezens te geven. Als gevolg daarvan, zitten we vast aan de moeilijke vraag over wie dood is. Dit leidt ons naar een heel moeilijke situatie waar we niet meer beschikken over eenvoudige categorieën zoals vroeger.
Nu zou je denken dat iemand als ik erg blij wordt van het afbrokkelen van de categorieën. Ik ben politiek progressief, ik verdedig mensen met ongewone lichamen, maar ik moet toegeven dat het mij nerveus maakt. Begrijpen dat deze categorieën veel minder stabiel zijn dan we dachten, maakt me gespannen. Het maakt me gespannen vanuit het oogpunt van het denken over democratie. Om te vertellen over die spanning, moet ik eerst toegeven dat ik een grote fan ben van de Founding Fathers. Ik weet dat ze racisten zijn en seksistisch waren, maar ze waren geweldig. Ik bedoel, ze waren zo dapper en zo moedig en zo radicaal in wat ze deden. Om de paar jaar kijk ik naar de melige musical "1776", niet vanwege de muziek, die is te negeren. Ik kijk om wat er gebeurd is in 1776 met de Founding Fathers.
De Founding Fathers waren, in mijn visie, de oorspronkelijke anatomische activisten. Ik zal je vertellen waarom. Ze wezen een anatomisch concept af en vervingen het door een ander. Dat was radicaal en mooi en houdt reeds gedurende 200 jaar stand. Herinneren jullie je allemaal wat onze Founding Fathers verwierpen? Het concept van de monarchie. Een monarchie was gebaseerd op het zeer simplistisch concept van de anatomie. De vorsten van de oude wereld begrepen niets van DNA, maar ze kenden wel het geboorterecht. Ze kenden een concept van blauw bloed. Zij waren van mening dat de mensen die in politieke macht zouden komen, dit mochten omwille van het bloed dat werd doorgegeven van grootvader op vader op zoon en ga zo maar door. De Founding Fathers verwierpen dat idee, en ze vervingen het door een nieuw anatomisch concept. Dat concept was dat alle mensen gelijk geschapen zijn. Ze nivelleerden het speelveld en besloten dat de gemeenschappelijkheid van de anatomie belangrijk was, niet het verschil in anatomie. Dat was echt radicaal om te doen.
Deels deden ze dat omdat ze deel uitmaakten van de Verlichting, waar twee dingen samen volwassen werden. Dat was de democratie, maar ook de wetenschap werd op hetzelfde moment volwassen. Het is duidelijk, als je kijkt naar de geschiedenis van de Founding Fathers. dat velen van hen zeer geïnteresseerd waren in de wetenschap. Ze waren geïnteresseerd in een concept van een naturalistische wereld. Ze bleven uit de buurt van bovennatuurlijke verklaringen, en zij verwierpen dingen zoals een bovennatuurlijk concept van macht, waar de overdracht gebeurde op basis van een zeer vaag concept van geboorterecht.
Ze waren op weg naar een naturalistisch concept. Als je kijkt in de Onafhankelijkheidsverklaring, dan praten ze over de natuur en de God van de natuur. Ze praten niet over God en Gods natuur. Ze praten over de kracht van de natuur om ons te vertellen wie we zijn. Als deel daarvan, brachten zij ons een concept van anatomische gemeenschappelijkheid. Daarmee zetten ze op een prachtige manier de burgerrechtenbeweging van de toekomst op. Ze dachten er niet zo over, ze deden het voor ons, en het was geweldig.
Wat is er jaren later gebeurd? Vrouwen bijvoorbeeld, die het recht wilden om te stemmen, namen het concept van de Founding Fathers, dat anatomische gemeenschappelijkheid belangrijker is dan anatomisch verschil, en zeiden: "Het feit dat we een baarmoeder en eierstokken hebben is als verschil niet groot genoeg dat het zou betekenen dat wij niet het recht zouden hebben om te stemmen, het recht op volledig burgerschap, het recht op eigendom, etc., etc." Vrouwen betoogden dat met succes. Vervolgens kwam de succesvolle Burgerrechtenbeweging, met mensen zoals Sojourner Truth die praatte over "Ben ik niet een vrouw?" Ook mannen marcheren mee in de Burgerrechtenbeweging en zeggen: "Ik ben een man." Ook gekleurde mensen doen beroep op een gemeenschappelijkheid van anatomie boven een verschil van anatomie, opnieuw, met succes. We zien hetzelfde met de beweging voor rechten van gehandicapten.
Het probleem is natuurlijk dat, als we beginnen te kijken naar al die gemeenschappelijkheid, we moeten beginnen met de vraag waarom wij bepaalde grenzen aanhouden. Ik wil wel een aantal grenzen behouden, anatomisch, in onze cultuur. Bijvoorbeeld, ik wil een vis niet dezelfde rechten geven als een mens. Ik bedoel ook niet dat we anatomie helemaal moeten opgeven. Ik bedoel niet dat aan vijfjarigen moet worden toegestaan seks te hebben of te trouwen. Er zijn zeker een aantal anatomische grenzen die zin hebben en die volgens mij moeten behouden worden. De uitdaging is proberen te achterhalen welke dat zijn, waarom we ze behouden en welke betekenis ze hebben.
Laten we teruggaan naar die twee wezens bedacht aan het begin van dit gesprek. We hebben twee wezens, beiden verwekt in het midden van 1979 op exact dezelfde dag. Laten we ons voorstellen dat een van hen, Mary, drie maanden te vroeg geboren wordt, op de eerste juni [januari] 1980. Henry, daarentegen, wordt voldragen geboren op de eerste maart 1980. Gewoon op grond van het feit dat Mary drie maanden te vroeg geboren werd, heeft ze verschillende rechten drie maanden eerder dan Henry. Het recht om in te stemmen met seks, het stemrecht, het recht om te drinken. Henry moet wachten, niet omdat zijn biologisch leeftijd verschilt, maar wel het tijdstip waarop hij geboren werd.
We vinden nog andere vreemde dingen op gebied van hun rechten. Omdat aangenomen wordt dat Henry een man is- hoewel ik nog niet verteld heb dat hij de XY is - op grond van de aanname dat hij mannelijk is, kan hij opgeroepen worden voor de dienstplicht, Mary hoeft zich hierover geen zorgen te maken. Mary heeft niet in alle staten hetzelfde recht om te trouwen zoals Henry. Henry kan in iedere staat trouwen met een vrouw, maar Mary kan vandaag enkel in een paar staten trouwen met een vrouw.
We hebben deze anatomische categorieën die hardnekkig blijven bestaan. Ze zijn in vele opzichten problematisch en twijfelachtig. De vraag wordt volgens mij: wat doen we als onze wetenschap zo goed wordt in het kijken naar anatomie, dat we het punt bereiken waar we moeten toegeven dat een democratie die gebaseerd is op anatomie zou kunnen uit elkaar beginnen te vallen? Ik wil de wetenschap niet opgeven, maar op hetzelfde moment voelt het soms alsof de wetenschap geen gelijke tred houdt met ons. Waar gaan we heen? Het lijkt erop dat wat er gebeurt in onze cultuur een soort van pragmatische houding is: "Nou, we moeten ergens een grens trekken, dus trekken we de grens zomaar ergens. " Veel mensen komen vast te zitten in een zeer vreemde positie.
Bijvoorbeeld, Texas heeft op een gegeven moment besloten dat om met een man te trouwen je geen Y-chromosoom mag hebben. Om met een vrouw te trouwen moet je een Y-chromosoom hebben. In de praktijk testen ze mensen niet op hun chromosomen. Dit is ook heel bizar, vanwege het verhaal dat ik u aan het begin vertelde over het androgeen ongevoeligheidssyndroom.
Laten we kijken naar een van de grondleggers van de moderne democratie, Dr. Martin Luther King. Hij biedt ons een oplossing in zijn 'I have a dream'-speech. Hij zegt dat we mensen moeten beoordelen "niet gebaseerd op de kleur van hun huid, maar op de inhoud van hun karakter, " die verder gaat dan anatomie. Ik wil zeggen: "Ja, dat klinkt als een heel goed idee." Maar in de praktijk, hoe doe je dat? Hoe beoordeel je mensen op basis van de inhoud van hun karakter? Ik wil er ook op wijzen dat ik niet zeker ben dat dit dé manier is om rechten te verdelen onder mensen. Ik moet toegeven dat ik een aantal golden retrievers ken die waarschijnlijk meer sociale diensten verdienen dan sommige mensen die ik ken. Ik ken ook een paar gele labradors die beter in staat zijn om geïnformeerde, intelligente, volwassen beslissingen te nemen over seksuele relaties dan sommige veertigers die ik ken.
Hoe kunnen we de inhoud van karakter toepassen? Het blijkt heel moeilijk te zijn. Ik vraag mij ook af: wat als de inhoud van het karakter iets blijkt te zijn dat in de toekomst - kan gescand worden met een fMRI? Willen we daar echt naartoe werken? Ik weet niet precies waar we heen gaan.
Ik weet wel dat het echt belangrijk lijkt te zijn om na te denken over het idee dat de Verenigde Staten aan de leiding staan wat betreft denken over democratie. We hebben echt geworsteld met democratie, en ik denk dat we het goed kunnen doen in de toekomst. We zitten niet in de situatie van Iran, waar bijvoorbeeld een man die seksueel aangetrokken wordt tot andere mannen dreigt vermoord te worden. Enkel als hij bereid is zich te onderwerpen aan een geslachtsverandering, mag hij blijven leven.
We zitten niet in die situatie. Ik ben blij dat we ook niet de volgende situatie hebben: een chirurg die ik een paar jaar geleden sprak, had een Siamese tweeling over laten komen om ze te scheiden, onder meer om zichzelf beroemd te maken. Toen ik met hem sprak via de telefoon, vroeg ik waarom hij deze operatie zou doen. Dit was een operatie met een zeer hoog risico. Zijn antwoord was dat in het andere land, deze kinderen zeer slecht zouden behandeld worden, en dus moest hij dit doen. Mijn antwoord aan hem was: "Nou, heb je politiek asiel overwogen in plaats van deze ingreep? " De Verenigde Staten heeft enorme mogelijkheden geboden om toe te laten dat mensen kunnen zijn zoals ze zijn, zonder dat ze moeten gewijzigd worden in het belang van de staat. Dus ik denk dat we het voortouw moeten nemen.
Om te eindigen, wil ik jullie aangeven dat ik veel gesproken heb over de Fathers. Ik wil nadenken over de mogelijkheden hoe democratie eruit zou kunnen zien, of zou kunnen uitgezien hebben, als moeders meer betrokken waren. Ik wil een, voor een feministe, tamelijk radicale uistpraak doen. Ik denk dat er sprake kan zijn van verschillende soorten inzichten afkomstig van verschillende soorten anatomie, vooral als mensen denken in groepen. Al reeds jaren ben ik geïnteresseerd in interseksueel onderzoek. Ik ben ook geïnteresseerd in onderzoek naar geslachtsverschil. Een van de dingen waar ik echt geïnteresseerd in ben, is op zoek gaan naar de verschillen tussen mannen en vrouwen in de manier waarop zij denken en opereren in de wereld. Wat we weten van cross-culturele studies is dat vrouwen, gemiddeld - niet iedereen, maar over het algemeen - meer geneigd zijn om veel aandacht te besteden aan complexe sociale relaties en het verzorgen van mensen die in principe kwetsbaar zijn binnen de groep. Als we dat beschouwen, hebben we een interessante situatie.
Het gebeurde jaren geleden, toen ik nog aan de universiteit zat. Eén van mijn adviseurs, die wist dat ik geïnteresseerd was in het feminisme - ik beschouwde mezelf als een feministe, toen en nu nog steeds - stelde een heel vreemde vraag. Hij zei: "Vertel me eens wat er vrouwelijk is aan feminisme." En ik dacht: "Nou, dat is de domste vraag die ik ooit gehoord heb. Feminisme gaat over het ongedaan maken van stereotypen over gender, dus er is niets vrouwelijk aan feminisme. " Maar hoe meer ik nadacht over zijn vraag, hoe meer ik dat ik dacht dat er misschien toch iets vrouwelijks aan feminisme is. Dat wil zeggen, er is misschien iets, gemiddeld, verschillend aan vrouwelijke hersenen ten opzichte van mannelijke, dat ons gevoeliger maakt voor diepe complexe sociale relaties met meer aandacht voor het verzorgen van de kwetsbaren.
Terwijl de vaders veel aandacht gaven aan het uitzoeken hoe personen te beschermen tegen de staat, is het mogelijk dat, als we meer moeders in dit concept brachten, we meer een concept krijgen van, niet alleen hoe te beschermen, maar hoe te zorgen voor elkaar. Misschien is dat waar we naartoe moeten in de toekomst, als we democratie voorbij anatomie willen brengen - minder nadenken over het individuele lichaam, in termen van de identiteit, en meer te denken over relaties. Dan zullen 'wij, de mensen', als we een betere Unie proberen te creëren, nadenken over wat we voor elkaar doen.
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Alice Dreger werkt met mensen aan de rand van de anatomie, zoals Siamese tweelingen en interseksuele mensen. Zij stelt vast dat de lijn tussen man en vrouw vaak vaag is, net als andere anatomische verschillen. Dat leidt tot een grote vraag: waarom laten we onze anatomie ons lot bepalen?
Alice Dreger studies history and anatomy, and acts as a patient advocate. Full bio »
Translated into Dutch by Christel Foncke
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
23:27 Posted: Sep 2006
Views 1,902,383 | Comments 307
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.