Follow TED
Be the first to know about new TEDTalks, TED news and other announcements.
Click on any phrase to play the video from that point.
Ik kom jullie hier vertellen dat we een probleem met jongens hebben, en het is een serieus probleem met jongens. Het is hun cultuur niet om op school te zitten. En ik vertel jullie over manieren waar we aan kunnen denken om dat probleem te verhelpen. Als eerste wil ik beginnen met te zeggen: dit is een jongen, en dit is een meisje. En dit is waarschijnlijk het stereotype waaraan jullie denken bij een jongen of een meisje. Als ik het vandaag over het essentiële van een geslacht heb, dan kunt u afwijzen wat ik te zeggen heb. Dus dat ga ik niet doen; daar heb ik geen interesse voor. Dit is een andere soort jongen en een andere soort meisje. Dus het punt is hier dat niet alle jongens binnen deze strakke grenzen vallen waaraan wij denken voor jongens of meisjes. En niet alle meisjes vallen binnen die strakke grenzen waaraan wij denken voor meisjes. Maar in feite neigen de meeste jongens naar een bepaalde aard, en de meeste meisjes neigen naar een bepaalde aard. En het punt is dat voor jongens, hun manier van leven en de cultuur die ze aanhangen niet zo goed werkt in de scholen van nu.
Hoe weten we dat? Het 100 Meisjes-Project leert ons echt leuke statistieken. Bijvoorbeeld: Voor elke 100 meisjes die op school geschorst worden, worden er 250 jongens geschorst. Voor elke 100 meisjes die van school gestuurd worden, worden er 335 jongens van school gestuurd. Voor elke 100 meisjes in het speciaal onderwijs, zijn er 217 jongens. Voor elke 100 meisjes met leerbeperkingen, zijn er 276 jongens. Voor elke 100 meisjes bij wie een emotionele storing is vastgesteld, hebben we 324 jongens. En deze aantallen zijn nog een stuk hoger als je zwart bent, als je arm bent, als je op een overbevolkte school zit. En als je een jongen bent, is de kans vier keer zo groot dat ADHD wordt vastgesteld -- attention deficit hyperactivity disorder.
Nu is er ook een keerzijde. En het is belangrijk dat we erkennen dat vrouwen nog steeds hulp nodig hebben op school, dat salarissen nog steeds een stuk lager zijn, zelfs als ze gecorrigeerd worden naar het soort baan, en dat meisjes al jaren blijven worstelen met wiskunde en wetenschap. Dat klopt allemaal. Niets daarvan weerhoudt ons om aandacht te schenken aan de geletterdheid van onze jongens tussen drie en 13 jaar. Dat moeten we dus doen. Wat we in feite zouden moeten doen is een pagina te nemen uit hun draaiboek, want de initiatieven en programma's die opgestart zijn voor vrouwen in wetenschap en techniek en wiskunde zijn fantastisch. Die hebben veel goeds gedaan voor meisjes in die situatie. En we moeten nadenken over hoe we dat ook voor jongens voor elkaar krijgen in hun jonge jaren.
Zelfs als ze ouder zijn, zien we dat er nog steeds een probleem bestaat. Als we kijken naar de universiteiten gaan 60 procent van de bachelordiploma's nu naar vrouwen , wat een veelzeggende verschuiving is. In feite voelen universiteitsbestuurders zich wat ongemakkelijk bij het idee dat we dichtbij de 70 procent vrouwen op universiteiten komen. Dat maakt universiteitsbestuurders erg zenuwachtig, want meisjes willen niet naar scholen waar geen jongens zijn. Dus we gaan steeds vaker de oprichting van mannencentra en mannenstudies zien om na te denken over hoe we mannen betrekken bij hun ervaringen op de universiteit. Als je praat met de professoren, zeggen ze misschien: "Ehh. Ja, wel, ze spelen computergames en ze gokken de hele nacht online, en ze spelen World of Warcraft. En dat tast hun academische prestaties aan." Wat denk je? Computergames zijn niet de oorzaak. Computergames zijn een symptoom. Ze hadden al een lange tijd afgehaakt voor ze hierop uitkwamen.
Dus laten we het eens hebben over waarom ze afgehaakt hadden toen ze tussen de drie en 13 jaar oud waren. Ik geloof dat er drie redenen zijn waardoor jongens tegenwoordig niet aansluiten op de schoolcultuur. De eerste is nultolerantie. De zoon van een kleuterleidster die ik ken stond al zijn speelgoed aan haar af, en daarna moest ze alles doorzoeken om er alle kleine plastic geweertjes tussenuit te vissen. Plastic messen, zwaarden en bijlen en dat soort dingen wil je niet in een kleuterklas hebben. Wat vrezen we dat een jongetje zal gaan doen met zo'n geweertje? Ik bedoel, echt. Maar dit getuigt van het feit dat je tegenwoordig geen wilde dingen mag doen op de speelplaats. Nu pleit ik niet voor pesterijen. Ik stel niet voor dat we hoognodig geweren en messen moeten toestaan op school. Maar als we zeggen dat een Eagle Scout op de middelbare school die zijn auto op slot op de parkeerplaats heeft staan met een zakmes erin van school geschorst hoort te worden, dan vind ik dat we een beetje doorgeschoten zijn met nultolerantie.
Nultolerantie uit zich op een andere manier ook in wat jongens schrijven. Tegenwoordig mag je op veel scholen niet schrijven over iets gewelddadigs. Je mag niet schrijven over al wat te maken heeft met computergames -- deze onderwerpen zijn verboden. Een jongen komt thuis van school en zegt: "Ik heb een hekel aan schrijven." "Waarom heb je een hekel aan schrijven, zoon? Wat is er mis met schrijven?" "Ik moet schrijven wat ze me vraagt te schrijven." "Oké, en wat vraagt ze je dan?" "Gedichten. Ik moet gedichten schrijven. En dingen die gebeuren in mijn leven. Daar wil ik niet over schrijven." "Goed. Maar wat wil je dan schrijven? Waar wil je over schrijven?" "Ik wil schrijven over computergames. Ik wil schrijven over levels uitspelen. Ik wil schrijven over een wereld die echt interessant is. Ik wil schrijven over een tornado die door ons huis komt en alle ruiten eruit blaast en alle meubels sloopt en iedereen doodt." "Goed. Oké." Als je dat tegen een leraar zegt, dan vragen ze je doodserieus: "Moeten we dit kind niet naar een psycholoog sturen?" En het antwoord is nee, het is gewoon een jongen. Hij is gewoon een jongetje. Dit soort dingen hoor je tegenwoordig niet te schrijven op school.
Dus dat is de eerste reden: een nultolerantiebeleid en hoe het wordt nageleefd. De volgende reden dat jongenscultuur niet aansluit op schoolcultuur: er zijn minder mannelijke leraren. Iedereen die ouder is dan 15 weet niet wat dit betekent, want in de laatste 10 jaar, is het aantal onderwijzers op de basisschool gehalveerd. Het ging van 14 procent naar zeven procent. Dat betekent dat 93 procent van de leraren van wie onze jongemannen les krijgen op de basisschool vrouwen zijn. Maar wat is het probleem daarmee? Vrouwen zijn geweldig. Ja, absoluut. Maar mannelijke rolmodellen voor jongens, die zeggen dat het prima is om slim te zijn -- ze hebben vaders, ze hebben pastoors, ze hebben scoutsleiders, maar uiteindelijk zitten ze zes uur per dag, vijf dagen per week op school. En op de meeste scholen lopen geen mannen rond. En dus zeggen ze, volgens mij is dit geen plek voor jongens. Dit is een plek voor meisjes. En ik ben hier niet zo goed in, dus kan ik beter een computerspel gaan spelen of gaan sporten, of zoiets, want het is duidelijk dat ik hier niet thuishoor. Mannen horen hier niet thuis, dat is overduidelijk.
Dus dat zien we heel direct gebeuren. Maar minder direct, het gebrek aan mannelijke aanwezigheid in de cultuur -- in de lerarenkamer gaat het gesprek over Joey en Johnny die gevochten hebben op de speelplaats. "Wat gaan me doen met deze jongens?" Het antwoord op die vraag hangt af van wie er aan tafel zitten. Zitten er mannen aan tafel? Zitten er moeders die zelf jongens hebben opgevoed aan tafel? Je zult zien dat het gesprek verandert afhankelijk van wie er aan tafel zitten.
De derde reden dat jongens tegenwoordig niet aansluiten op de school: de kleuterschool was vroeger de tweede klas, mensen. Het onderwijsprogramma is behoorlijk veeleisender geworden. Als je drie bent, hoor je je eigen naam al leesbaar te kunnen schrijven, anders beschouwen we dat al als een ontwikkelingsachterstand. Tegen de tijd dat je in de eerste klas zit, hoor je in staat te zijn om paragrafen tekst te kunnen lezen misschien met een plaatje, misschien niet, uit een boek van 25 tot 30 bladzijden. Als je dat niet kunt, zullen we je waarschijnlijk speciale bijles geven met lezen. En als je het navraagt aan diegenen die bijles geven, zullen ze je vertellen, dat ze in de onderbouw zo'n vier of vijf jongens hebben voor elk meisje in de les.
De reden dat dit een probleem is, is omdat jongens hierdoor de boodschap krijgen: "Je moet altijd doen wat de leraar je vraagt te doen." Het salaris van de leraar hangt ervan af dat alle kinderen goed mee kunnen komen, en verantwoording en toetsen en van die dingen. Dus moet ze een manier bedenken om al die jongens door de leerstof te krijgen -- en meisjes. Dit compacte lesprogramma is slecht voor alle actieve kinderen. En wat er dus gebeurt is dat ze zegt: "Alsjeblieft, ga zitten, houd je mond, gehoorzaam, houd je aan de regels, deel je tijd in, concentreer je, wees een meisje." Dat is wat ze hen vertelt. Indirect is dat wat ze hen vertelt. En dit is dus een heel serieus probleem. Waar komt dat vandaan? Het komt door ons. (Gelach) Wij willen dat onze baby's kunnen lezen als ze zes maanden oud zijn. Heb je de advertenties gezien? We willen wonen in Lake Wobegon waar alle kinderen boven het gemiddelde scoren. Maar wat dit doet met onze kinderen is echt niet gezond. Het past niet in de ontwikkeling, en het is vooral slecht voor jongens.
Dus wat moeten we wel doen? We moeten ze aanbieden waar ze rijp voor zijn. We moeten onszelf verplaatsen in de jongenscultuur. We moeten jongens op de basisschool met een andere mentaliteit accepteren. In het bijzonder, we kunnen een paar heel specifieke dingen doen. We kunnen betere games ontwerpen. De meeste educatieve games in de handel zijn eigenlijk geheugenkaartjes. Ze zijn een veredelde vorm van stampen. Ze hebben niet de diepgang en de rijke verhaallijn die boeiende computerspellen hebben, waar de jongens wel veel interesse voor hebben. Dus we moeten betere games ontwerpen. We moeten praten met leraren en ouders en leden van het schoolbestuur en politici. We moeten zorgen dat mensen inzien dat er meer mannen voor de klas moeten. We moeten ons nultolerantiebeleid eens tegen het licht houden. Is het wel zinvol? We moeten nadenken of we de leerstof wat minder kunnen samenpersen, om te proberen de jongens een plek te geven waarin ze zich op hun gemak voelen. Daar moet allemaal over gesproken worden.
Er zijn geweldige voorbeelden van scholen -- de New York Times schreef onlangs over zo'n school. Een game-ontwerper van de New School had een schitterende computergame-school opgericht. Maar daar kunnen maar een paar kinderen terecht. Dus het is niet erg schaalbaar. We moeten de cultuur veranderen en het gevoel dat politici en schoolbestuurleden en ouders hebben over de manier van accepteren en wat we accepteren op onze hedendaagse scholen. We moeten meer geld vinden voor game-ontwerp. Want goede games, echt goede games, kosten geld, en World of Warcraft heeft een behoorlijk budget. De meeste educatieve games niet. Waar we begonnen: mijn collega's -- Mike Petner, Shawn Vashaw, ikzelf -- begonnen met kijken naar de opvattingen van leraren en ontdekken hoe zij werkelijk tegenover gamen stonden, wat ze erover zeggen. En we ontdekten dat ze op een nogal neerbuigende manier praten over de kinderen op school die over games praten. Ze zeggen: "O ja. Ze praten altijd over die dingen. Ze praten over hun kleine actiefiguurtjes en hun vorderingen of beloningen, of wat ze dan ook kunnen verdienen. En ze hebben het aldoor over die dingen." En ze zeggen dat alsof het zo hoort. Maar als het jouw cultuur was, hoe zou dat aanvoelen? Het is erg ongemakkelijk om het onderwerp te zijn van dat soort taal. Ze worden zenuwachtig van alles dat ook maar iets te maken heeft met geweld, dankzij het nultolerantiebeleid. Ze weten zeker dat ouders en bestuurders nooit wat zullen accepteren.
Dus we moeten echt kijken naar de houding van de leraren en manieren vinden om die houding te veranderen zodat leraren zich meer openstellen en de jongenscultuur accepteren in hun klas. Want als we dat niet doen, zullen we uiteindelijk jongens hebben die de basisschool verlaten en zeggen: "Volgens mij was dat echt een plek voor meisjes; het was niks voor mij. Want ik wil liever gamen, of ik ga liever sporten." Als we die dingen veranderen, als we aandacht hebben voor die dingen, en we jongens weer betrekken bij het leren, zullen ze de basisschool verlaten en zeggen: "Ik ben slim."
Got an idea, question, or debate inspired by this talk? Start a TED Conversation, or join one of these:
Op TEDxPSU wijst Ali Carr-Chellman drie redenen aan waarom jongens bij bosjes hun school niet afmaken, en ze legt haar gewaagd plan uit om ze weer te betrekken: hun cultuur in de klas brengen, met nieuwe regels die de jongens de kans geven om jongen te zijn, en computergames die leerzaam en vermakelijk zijn.
Ali Carr-Chellman is an instructional designer and author who studies the most effective ways to teach kids and to make changes at school. Full bio »
Translated into Dutch by Roel Verbunt
Reviewed by Els De Keyser
Comments? Please email the translators above.
20:03 Posted: Mar 2010
Views 2,159,030 | Comments 1031
12:02 Posted: Aug 2010
Views 523,695 | Comments 288
28:19 Posted: Apr 2010
Views 411,028 | Comments 346
Just follow the guidelines outlined under our Creative Commons license.
This comment will be attributed to . Not ? Sign out.